.ans.bouter.liedtekst-&.poëzievertalingen.
liedteksten & gedichten             over vertalen/hertalen             contact             zoeken             home

Sara Teasdale (1884 - 1933)     over dit gedicht
Sara Teasdale
Complete lijst met vertalingen


Prille liefde


I
Ik let niet op wat of men zegt
Het licht wordt vager, ik verken
De ruimte waar gelachen wordt
Ben als vanzelf op zoek naar hem

Dat hij maar als hij naar me lacht
Mijn pijn en vreugde niet vermoedt
Zijn lieve aard zou anders vast
Voorkomen dat hij ´t nog eens doet

II
Mijn hart bewaart een groot geheim
Dat niemand hoorde ooit
Toch zingt het daar dag in dag uit
Een vogel in zijn kooi

En ook al hoor ik zijn getik
Ik laat hem toch niet vrij
Want ik ben vrolijker als hij
Alleen maar zingt voor mij

III
Ik schreef zijn naam eens op het strand
Ik zie die letters graag
De branding reikte niet zo ver
Het tij was toen nog laag

Maar oh, de zee kwam aangerold
En spoelde alles weg
En waar zijn naam was, had de zee
Wat zeegras neergelegd

Wat zeegras liet een zeemeermin
Er achter uit haar haar
Kwam zij zijn naam er kussen, lag
Het als een teken daar?

IV
Hoe kan hij ooit om me geven
Hij, ver boven mij verheven
Wat ben ik?
Een soort sleutelbloem die wachtend
Zich wel schikt
Naar de zon die met haar krachten
’t Hart van deze bloem laat smachten
Hoe kan hij ooit om me geven
Wat ben ik?

V
Oh dromen dolend in mijn slaap
Breng alsjeblieft mijn lief bij mij
Dat ik een stem hoor en dan denk
Ja dat is hij

En om mij een plezier te doen
Vervul dan morgen weer mijn geest
Laat hem die ’s nachts zo koud was eerst
Lief zijn geweest

VI
Een madeliefje plukte ik
En trok er een voor een
De zilveren blaadjes af en wist
’t Is ja of nee

Hij houdt van mij, ‘t is ja of nee
Wat ging mijn hart tekeer
De bloem was aardig, eindigde
Met “ja” de laatste keer

De kale stengel kuste ik
Maar oh, mijn arme hart
Wist dat de waarheid door de bloem
Wel werd getart

VII
Ik stuur mijn lief een brief toe
En heeft hij mij niet lief
Dan vindt hij in geen zin of punt
Mijn liefde in die brief

Maar als zijn liefde echt is
Kijkt hij door alles heen
Zoals de zon gloort door de wolk
En je gezicht bescheen

VIII
Wat is de wereld koud en nat
En ik ben zo zwaarmoedig dat
Ik thuis kijk of ik op de plek
Waar brieven staan er een ontdek
Die wacht op mij en met mijn buit
Maakt mij het weer niet veel meer uit
Al zijn er druppels op de ruit
Omdat de wereld, overal
Opeens lijkt op een festival

IX
Vier woorden schuilen in mijn hart
Liefst gaan zij naar hem toe
Ze zingen als de dag net start
Tot ik het licht uit doe

Nu dat ik hen bevrijden kan
Zeg: lieve vogels, ga
Hoort hij het eerst “ik hou” en dan
Vanzelf “van jou” erna

X
En in de paarse schemering
Heeft gouden glans zijn huis gevuld
Wat heeft dat licht geluk dat hem
Omhult

Een boek dat blij is in zijn hand
Een pagina die hij waardeert
Een woordje dat hij met zijn blik
Vereert

Maar, oh, drie maal zo blij ben ik
Geen lied dat mijn gevoel beschrijft
Omdat ik in zijn hemels hart
verblijf

   
Young love


I
I cannot heed the words they say,
The lights grow far away and dim,
Amid the laughing men and maids
My eyes unbidden seek for him.

I hope that when he smiles at me
He does not guess my joy and pain,
For if he did, he is too kind
To ever look my way again.

II
I have a secret in my heart
No ears have ever heard,
And still it sings there day by day
Most like a caged bird.

And when it beats against the bars,
I do not set it free,
For I am happier to know
It only sings for me.

III
I wrote his name along the beach,
I love the letters so.
Far up it seemed and out of reach,
For still the tide was low.

But oh, the sea came creeping up,
And washed the name away,
And on the sand where it had been
A bit of sea-grass lay.

A bit of sea-grass on the sand,
Dropped from a mermaid's hair --
Ah, had she come to kiss his name
And leave a token there?

IV
What am I that he should love me,
He who stands so far above me,
What am I?
I am like a cowslip turning
Toward the sky,
Where a planet's golden burning
Breaks the cowslip's heart with yearning,
What am I that he should love me,
What am I?

V
O dreams that flock about my sleep,
I pray you bring my love to me,
And let me think I hear his voice
Again ring free.

And if you care to please me well,
And live to-morrow in my mind,
Let him who was so cold before,
To-night seem kind.

VI
I plucked a daisy in the fields,
And there beneath the sun
I let its silver petals fall
One after one.

I said, "He loves me, loves me not,"
And oh, my heart beat fast,
The flower was kind, it let me say
"He loves me," last.

I kissed the little leafless stem,
But oh, my poor heart knew
The words the flower had said to me,
They were not true.

VII
I sent my love a letter,
And if he loves me not,
He shall not find my love for him
In any line or dot.

But if he loves me truly,
He'll find it hidden deep,
As dawn gleams red thro' chilly clouds
To eyes awaked from sleep.

VIII
The world is cold and gray and wet,
And I am heavy-hearted, yet
When I am home and look to see
The place my letters wait for me,
If I should find one letter there,
I think I should not greatly care
If it were rainy or were fair,
For all the world would suddenly
Seem like a festival to me.

IX
I hid three words within my heart,
That longed to fly to him,
At dawn they woke me with a start,
They sang till day was dim.

And now at last I let them fly,
As little birds should do,
And he will know the first is "I",
The others "Love" and "You".

X
Across the twilight's violet
His curtained window glimmers gold;
Oh happy light that round my love
Can fold.

Oh happy book within his hand,
Oh happy page he glorifies,
Oh happy little word beneath
His eyes.

But oh, thrice happy, happy I
Who love him more than songs can tell,
For in the heaven of his heart
I dwell.


    foto sara teasdale

   
De vertaling mag zonder toestemming, maar niet zonder bronvermelding worden gebruikt voor niet-commerciële doeleinden. terug naar boven